Wilsgebreken beknopt toegelicht

De term ‘wilsgebreken’ heeft u misschien al eens horen vallen. Of beter nog, bij de onderteke-ning van een contract heeft u erover gelezen. Maar wat is een wilsgebrek eigenlijk?

Wilsgebreken beknopt toegelicht

Wat zijn wilsgebreken?

De naam zegt het voor een groot stuk zelf. De wil van een persoon komt in het gebrek. Of anders: het zijn juridische concepten die betrekking hebben op situaties waarin de wil van een persoon om een rechtshandeling te verrichten wordt beïnvloed of aangetast.

Dat wil dan ook zeggen dat wilsgebreken om die reden kunnen leiden tot de nietigheid of vernietigbaarheid van een overeenkomst of andere rechtshandelingen. Ons Belgisch rechtssysteem kent er (officieel) drie. Hieronder een overzicht.

Drie wilsgebreken in de Belgische wetgeving

  • Bedreiging

Bedreiging is het eerste wilsgebrek en heeft misschien niet al te veel uitleg nodig. Het treedt op wanneer iemand wordt gedwongen om een rechtshandeling te verrichten onder dreiging van een ernstig nadeel.

Die dreiging kan verschillende vormen aannemen. Ze kan fysiek, psychologisch maar ook economisch van aard zijn.

Toch wordt niet elke vorm van bedreiging als wilsgebrek aanvaard. De dreiging zelf moet dusdanig sterk zijn dat een redelijk denkend persoon daardoor wordt beïnvloed en geen andere keuze heeft dan de rechtshandeling te verrichten.

  • Bedrog

Bedrog is het tweede wilsgebrek dat onze wetgever heeft opgenomen. Om van een wilsgebrek in de context bedrog te spreken, is het essentieel dat iemand opzettelijk onjuiste informatie verstrekt om een ander te misleiden en zo die ander beweegt tot het verrichten van een rechtshandeling. Het bedrog kan betrekking hebben op feiten, maar ook op toekomstige omstandigheden.

Net zoals dat bij bedreiging het geval is, vereist ook dat het bedrog als wilsgebrek van dien aard is dat een redelijk denkend persoon daardoor wordt beïnvloed en een andere beslissing zou hebben genomen als hij de waarheid had gekend.

  • Dwaling

Tot slot is er nog de dwaling. Dit wilsgebrek wordt vaak verward met het bedrog. Toch is er een verschil. Dwaling treedt op wanneer iemand een rechtshandeling verricht onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken. Deze onjuiste voorstelling kan betrekking hebben op feiten, maar ook op rechtsregels.

Wederom dezelfde vereiste: de dwalende persoon zou bij een juiste voorstelling van zaken de rechtshandeling niet hebben verricht.

Daarnaast moet de wederpartij op de hoogte zijn geweest van de dwaling of hiervan profijt hebben getrokken.

Een bijzonderheid: de benadeling

Ons rechtssysteem kwalificeert de benadeling niet als een officieel wilsgebrek. Wel aanvaardt de rechtspraak in sommige gevallen dit ‘oneigenlijk wilsgebrek’.